VELSERTUNNEL

bouwcombinatie Hyacint

UITDAGING

Wie op een heldere zomerdag een tunnel nadert wil buiten de tunnel zien hoe de rijbaan onder de overkapping doorloopt . Uiteraard ook of voorliggers vertragen of zelfs stilstaan. Omdat te kunnen zien op een heldere dag, is veel licht aan de ingang van de tunnel nodig. Hiervoor wordt meestal kunstlicht ingezet die naar de weggebruiker toe wordt gericht, waardoor een negatief contrast met de donkere achterkanten van de voertuigen wordt gecreëerd. Omdat er veel licht nodig is, hangen er in deze zone van de tunnel veel verlichtings-armaturen, met als gevolg een hoog energieverbruik en hoge onderhoudskosten.

Om de weggebruiker een comfortabele overgang te bieden naar het lage kunstlicht niveau in de tunnel is het ook mogelijk het daglicht op natuurlijke wijze af te bouwen. Dit wordt gedaan met een daglichtrooster. Het rooster bestaat uit hoge verticale kokers of z-vormige balken die op verschillende afstanden van als zeer hinderlijk ervaren door de aannemer. De ervaring ontbreekt om er aan te kunnen rekenen en de gehele constructie past niet in het huidige systeem van system-engineering. Voor de uitvoerder heeft een daglichtrooster ook als nadeel,  dat er minder of geen ingangsverlichting meer hoeft te worden opgehangen en er dus minder geld wordt verdiend.

Het rekenen aan daglicht is helemaal ingeburgerd in de binnenverlichting en wordt in het ontwerp van nieuwe gebouwen op grote schaal toegepast. De universiteit van Tokyo (SKY LUMINANCE DISTRIBUTUION MODEL FOR SIMULATION OF DAYLIT ENVIRONMENT  by  Norio Igawa, Hiroshi Nakamura, and Kunio Matsuura) heeft het hemelpatroon en helderheid bij diverse bewolkingstypen gemeten en vastgelegd. Deze informatie kan weer worden gebruikt in de vorm van weather files in highend simulatie software. Door het scannen en 3d modelleren van de bestaande tunnelingang met rooster kunnen de situaties in alle weertypen en zonnestanden worden onderzocht. 

Tunnelprojecten waarvoor de Kruijter daglichtstudies heeft uitgevoerd zijn de Zeeburgertunnel, de Heinenoord tunnel en de Velsertunnel. Bij al deze tunnels is een 3d model gemaakt van de ingang en is het daglichtrooster onderworpen aan een daglichtstudie. Wat in alle projecten opviel is dat de lengte van het daglichtrooster korter was dan wenselijk. Dit heeft te maken met de rijsnelheid van de voertuigen. Waar vroeger niet harder gereden werd dan 70 of 80 km/h is dat in de loop der tijd gestegen naar 100 tot 130 km/h. Om het licht op een verantwoorde manier af te bouwen moet de afbouw in 8 seconden plaatsvinden. Dit vereist bij 70 km/h een afbouw over 155 meter en bij 120 km/h zelfs 100 meter langer. Bij handhaving van het bestaande daglichtrooster heeft verhoging van de maximumsnelheid dus als consequentie dat dat er een verlenging van de lichtafbouw moet plaatsvinden door het plaatsen van extra verlichting net na het daglichtrooster. De hoeveelheid hiervan is sterk afhankelijk van de constructie van het daglichtrooster. Vandaar dat het noodzakelijk is om in deze gevallen een daglichtstudie te doen aan het bestaande daglichtrooster.

WAT HEBBEN WE GEDAAN

De Kruijter heeft; een ontwerpspecificatie geschreven, een studie verricht naar de bruikbaarheid van het daglichtrooster, verlichtingsontwerpen gemaakt op basis van verschillende fabricaten en ondersteuning geboden aan de combinatie Hyacint.