Op de hoogte van de laatste inzichten

Gepubliceerd door
Nico de Kruijter
Datum
1 September 2026
Leestijd
7 min
Blog Banner Image

Waarom V(λ) en traditionelelichtmetingen tekortschieten voor flora en fauna

Doel van de presentatie

De huidige praktijk voor het beoordelen van lichthinder en de invloed van kunstlicht op de omgeving is grotendeels gebaseerd op fotometrische grootheden zoals lux en luminantie. Deze grootheden zijn gebaseerd op de menselijkevisuele gevoeligheid, beschreven door de fotopische gevoeligheidsfunctie V(λ).

Hoewel deze methode uitstekend geschikt is voor het beoordelen van verlichting vanuit menselijk perspectief, rijst de vraag of dezelfde benadering ook geschikt is voor het beoordelen van effecten op flora en fauna. In dit artikel wordt toegelicht waarom dat niet het geval is, welke beperkingen de huidige meetmethoden hebben en welke alternatieven beschikbaar zijn.

1. V(λ) is ontwikkeld voor de mens,niet voor dieren en planten

Delux-eenheid is gebaseerd op de fotopische gevoeligheidsfunctie V(λ), die degemiddelde gevoeligheid van het menselijk oog bij dagzicht beschrijft.

Dehoogste gevoeligheid ligt rond 555 nm (groen licht). Licht buiten dit gebiedkrijgt in een luxmeting relatief weinig gewicht.

Voorveel dieren en planten geldt echter een totaal andere gevoeligheid:

  • Vogels nemen vaak ultraviolet     licht waar.
  • Insecten zijn veel gevoeliger     voor blauw en UV-licht.
  • Vleermuizen reageren indirect     op licht doordat insecten zich anders gedragen.
  • Planten reageren op specifieke     spectrale gebieden voor fotosynthese, groeisturing en bloei.

Hierdoor kan een lichtbron die voor mensen weinig licht produceert volgens een luxmeter, juist een grote ecologische impact hebben.

Wat zegt de wet- en regelgevinghierover?

Binnen de Nederlandse regelgeving en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) worden lichthinder effecten nog voornamelijk beoordeeld vanuit menselijke waarneming. De gebruikte meetmethoden zijn daarom gebaseerd op fotometrische grootheden zoals verlichtingssterkte (lux) en luminantie.

Voorecologische effecten bestaat echter nog geen algemeen geaccepteerdebeoordelingsmethode. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat menselijke lichtmaatstaven onvoldoende zijn om effecten op flora en fauna te beschrijven, maar een breed toepasbare wettelijke norm ontbreekt momenteel.

2. Airglow meten op afstand geeft geenrepresentatief beeld

Bijgroeiverlichting in de glastuinbouw wordt regelmatig gekeken naar de zichtbarelichtkoepel boven een gebied, ook wel airglow of skyglow genoemd.

Het probleem hierbij is dat de gemeten waarde sterk afhankelijk is van atmosferische omstandigheden:

  • Bewolking
  • Mist
  • Regen
  • Luchtvochtigheid
  • Stofdeeltjes in de atmosfeer

Eenidentieke installatie kan daardoor op verschillende dagen sterk afwijkendemeetresultaten geven.

Bijbewolkte omstandigheden wordt licht veel sterker teruggekaatst richtingwaarnemer dan onder een heldere hemel. Hierdoor zegt een meting van airglow opgrote afstand vaak meer over het weer dan over de daadwerkelijkelichtuitstraling van de installatie.

Eenbeoordeling uitsluitend op basis van skyglow-metingen is daarom beperktreproduceerbaar en moeilijk toetsbaar.

3. Lokale metingen geven een beter entoetsbaar beeld

Vooreen betrouwbare beoordeling van de invloed van kunstlicht op flora en faunaverdient het aanbeveling dichter bij de bron te meten.

Voordelenvan lokale metingen zijn:

  • Minder afhankelijk van     weersomstandigheden.
  • Betere reproduceerbaarheid.
  • Directe koppeling aan de     lichtbron.
  • Geschikt voor verificatie en     handhaving.
  • Beter bruikbaar binnen de     systematiek van het Bal.

Doorlokaal te meten ontstaat een objectiever beeld van de daadwerkelijke blootstelling van planten en dieren aan kunstlicht.

4. Welke eenheid moeten we gebruikenvoor flora en fauna?

Degrootste uitdaging ligt niet in het meten zelf, maar in de keuze van de juistemeeteenheid.

A. Lux met aangepaste V(λ)-curves

Een mogelijke oplossing is het ontwikkelen van soort specifieke gevoeligheidsfuncties.

Inplaats van de menselijke V(λ) wordt dan gewerkt met:

  • Vleermuis-V(λ)
  • Insect-V(λ)
  • Vogel-V(λ)
  • Plant-V(λ)

Demeetresultaten kunnen vervolgens worden uitgedrukt in een aangepaste luxwaarde.

Voordelen:

  • Sluit aan bij bestaande meetpraktijk.
  • Begrijpelijk voor beleidsmakers.
  • Direct vergelijkbaar met huidige normen.

Nadelen:

  • Voor veel soorten ontbreken nog gevalideerde gevoeligheidsfuncties.
  • Er bestaat momenteel geen commercieel meetinstrument dat dit ondersteunt.

Biological Spectral Sensitivity Functions for Measuring and Managing Light at NightRJ Lucas, TM Brown, G Brainard, A Didikoglu… - 2026 - preprints.org (see graph below)

Blog Banner Image

B. PAR-metingen

Inde tuinbouw wordt vaak gewerkt met PAR (Photosynthetically Active Radiation).

PAR beschrijft het licht tussen ongeveer 400 en 700 nm dat beschikbaar is voor fotosynthese.

De eenheid is:

µmol·m⁻²·s⁻¹

Voordelen:

  • Wetenschappelijk goed onderbouwd voor planten.
  • Onafhankelijk van menselijke waarneming.
  • Volledig gebaseerd op het spectrum.

Nadelen:

  • Niet ontwikkeld voor hinderbeoordeling.
  • Moeilijk te interpreteren buiten de tuinbouwsector.
  • Minder geschikt voor diergroepen.

Hoewel PAR uitstekend bruikbaar is voor plantkundige analyses, is het nog geen algemeen geaccepteerde maat voor lichthinder.

C. Luminantiecamera met aangepastegevoeligheidsfuncties

Eeninteressante tussenoplossing is het gebruik van spectrale of multispectraleuminantiecamera’s.

Hiermeekan:

  • Het volledige lichtbeeld worden vastgelegd.
  • Spectrale informatie worden verzameld.
  • Achteraf een specifieke gevoeligheidsfunctie worden toegepast.

Voor iedere doelgroep kan vervolgens een eigen gewogen luminantie of verlichtingssterkte worden berekend.

Voordelen:

  • Ruimtelijke verdeling van licht zichtbaar.
  • Geschikt voor verschillende doelgroepen.
  • Mogelijkheid tot heranalyse wanneer nieuwe inzichten ontstaan.

Nadelen:

  • Complexere apparatuur.
  • Meer dataverwerking     noodzakelijk.
  • Nog beperkte standaardisatie.

Deze aanpak lijkt momenteel één van de meest kansrijke routes voor toekomstige ecologische lichtmetingen.

5. De rol van drone-metingen

Drone-technologie biedt nieuwe mogelijkheden om de invloed van kunstlicht objectief in kaart te brengen.

Metdrones kunnen metingen worden uitgevoerd:

  • Op verschillende hoogten.
  • Op moeilijk bereikbare locaties.
  • Rondom kassen en industriële installaties.
  • Zonder verstoring van flora en fauna.

Daarnaastmaken drones het mogelijk om ruimtelijke lichtverdelingen zichtbaar te makendie vanaf de grond moeilijk meetbaar zijn.

Doordrones uit te rusten met:

  • Spectrometers,
  • Multispectrale camera’s,
  • Luminantiecamera’s,

kaneen veel completer beeld worden verkregen van de daadwerkelijke blootstellingvan de omgeving.

Voorcomplexe situaties zoals groeiverlichting in de glastuinbouw kunnendrone-metingen een belangrijke bijdrage leveren aan een objectieve enreproduceerbare beoordeling.

Conclusie

De traditionele fotometrische benadering op basis van de menselijke V(λ)-functie is geschikt voor het beoordelen van verlichting voor mensen, maar onvoldoende voor flora en fauna. Dieren en planten reageren op andere delen van het spectrum en vragen daarom om andere beoordelingsmethoden.

Metingenvan airglow op afstand zijn sterk afhankelijk van weersomstandigheden endaardoor beperkt representatief. Lokale metingen bieden een betrouwbaarder enbeter toetsbaar alternatief.

De grootste uitdaging voor de komende jaren ligt in het ontwikkelen van een breed geaccepteerde ecologische lichtmaat. Mogelijke richtingen zijn aangepasteV(λ)-functies, PAR-gebaseerde benaderingen en spectrale luminantiemetingen. Drone-technologie kan hierbij een belangrijke rol spelen door het verzamelen van hoogwaardige en reproduceerbare meetdata.

contact
Cta Image

Wij maken licht meetbaar.

nico@dekruijter.nl
Specialisten in lichtmeting en lichtonderzoek.