In het vakgebied van openbare verlichting komen veel termen en definities voor die voor een buitenstaander vaak onbegrijpelijk zijn.
Voor het verlichtingsontwerp van een weg met een verkeersfunctie is de hoeveelheid licht die door het wegdek gereflecteerd wordt naar het oog van de weggebruiker maatgevend. Omdat het kunstlicht wordt opgewekt in puntvormige bronnen die op enige afstand van elkaar verwijderd zijn is een bepaalde mate van ongelijkmatigheid in de lichtverdeling onvermijdelijk.
Naast het vereiste minimum lichtniveau op de weg is de gelijkmatigheid in de lichtverdeling over de wegoppervlakte eveneens een belangrijk ontwerpcriterium. Bij een verkeersfunctie is het aanpassingsvermogen van het menselijk oog aan verandering in de lichtsterkte bepalend voor de gewenste lichtniveaus. De snelheid van voortbewegen, verkeersdruk, omgevingslicht en de rijrichting van de weg spelen daar ook een belangrijke rol in.
Gelijkmatigheden (Ul en U0)
Van belang bij deze verlichting zijn de gelijkmatigheid in de lengterichting, ook wel de langs - gelijkmatigheid (Ul) genoemd, en de gelijkmatigheid over het oppervlak als geheel, in lengte - en breedterichting, ook wel overall gelijkmatigheid (Uo) genoemd. Een slechte langsgelijkmatigheid kenmerkt zicht door een vlekkerig lichtpatroon in de rijrichting en wordt ook wel zebrapad effect genoemd. Als de overall gelijkmatigheid (Uo) onder de 0,4 komt zal de verlichting niet meer de gehele breedte van de weg verlichten. Er vallen dan rijstroken buiten het verlichtingsbereik.
Lichtniveau (Lgem in cd/m2)
Naast de gelijkmatigheid is ook het gemiddelde lichtniveau (Lgem) op de rijweg van groot belang. Naarmate de rijtaak van de weggebruiker ingewikkelder wordt of zijn snelheid toeneemt wordt het vereiste niveau van het gereflecteerde licht door het wegdek volgens de aanbeveling hoger. Drempelwaarde verhoging Deze term wordt gebruikt om de verblinding van het wegverkeer te beperken. Deze parameter wordt bepaald voor het verlichtingstoestel, de mastconfiguratie en het wegdek. (Ti’, ‘Treshold Increment’ of ‘Verhoging van de luminantie-waarnemingsdrempel’)
Wegdekreflectie (asfalt)
Voor het maken van een verlichtingsontwerp met een verkeersfunctie gebruiken we de driedimensionale reflectie curve van het gebruikte wegdek (bijv.asfalt). Zeer Open Asfalt Beton (ZOAB) reflecteert het opvallende licht anders dan Steen Mastiek Asfalt (SMA). De reflectie-eigenschappen van asfalt worden bepaald nadat het voldoende (een jaar) is bereden zodat de stenen ook zichtbaar worden en ze hun bitumenhuid kwijt zijn. Dan heeft het wegoppervlak zijn stabiele oppervlakte qua kleur en reflectie. De reflectiewaarden waarmee wordt gerekend in de rekenprogrammatuur zijn gebaseerd op bereden asfalt of voldoende bereden andere soorten wegbedekkingen.
Bij het maken van een verlichtingsontwerp voor gebieden met een verblijfsfunctie is de herkenning van personen en objecten maatgevend. De snelheid waarmee de mens zich voortbeweegt is laag en het snelheidsaspect voor de aanpassing van het menselijk oog is daarbij niet meer maatgevend. In dat geval is maatgevend of er voldoende licht er op een object valt zodat dit op 4 meter afstand herkenbaar is. Deze 4 meter wordt aangehouden als een sociaal veilige afstand.
Gelijkmatigheid (Uh)
Van belang bij dit type verlichting is de gelijkmatigheid over het gehele gebied. We noemen dit de horizontale gelijkmatigheid (Uh). Een slechte gelijkmatigheid kenmerkt zich door donkere plekken in het verblijfsgebied.
Lichtniveau (Ehgem in lux)
Naast de gelijkmatigheid is het gemiddelde horizontale lichtniveau (Ehgem) van groot belang om obstakels, gezichten en objecten te kunnen herkennen. Ook moet het niveau niet te laag zijn en in verhouding zijn met het niveau van de aangrenzende openbare verlichting. Een verhouding van 1:3 is op de grens van wat nog acceptabel is in dit verband. Het niveau wordt mede bepaald door het soort pad of weg en hun verdere inrichting.
Gezichtsherkenning (Evert+1,5m >0,3 lux)
Met de komst van led verlichting is het mogelijk om alleen het grondoppervlak van het openbaar gebied te verlichten. Dit doordat ledverlichting bestaat uit een zeer klein lichtpuntje dat met moderne lenstechnologie perfect te sturen is naar waar licht nodig is. Met de komst van deze techniek verdween het strooilicht dat nodig was om de omgeving en ook gezichten te kunnen herkennen. In de Nederlandse regelgeving is om deze reden een minimale eis gestelt aan de vertikale verlichtingsterkte op 1,5 meter.
De GRL is de Glare rating, ook wel verblinding genoemd. Deze wordt toegepast voor terrein- en sportveldverlichting. Storende verblinding kan zich voordoen bij terreinverlichting als er zich oppervlakken met hoge helderheden in of in de nabijheid van het gezichtsveld van personen bevinden. De verblinding wordt berekend door, binnen de formule, de sluierluminantie van het armatuur Lvl te delen door de sluierluminantie Lve van de omgeving. In de berekening dient als reflectiewaarde voor de omgeving een rho waarde van 0,25 te worden aangehouden.
De uitkomst uit formule kan worden ingevuld in onderstaande tabel
Verblinding Waarde
Onverdraaglijk 80-90
Storend 60-70
Net toelaatbaar 40-50
Merkbaar 20-30
Niet merkbaar 10
Als grondslag voor het maken van een verlichtingsontwerp maken we gebruik van de specifieke gegevens van de karateristieke lichtverdeling van het betreffende armatuur in combinatie met een bijbehorende lamp. Deze karakteristieke lichtsterkte en de verdeling ervan voor het betreffende armatuur wordt gemeten op 1050 punten rondom het armatuur en wordt verzameld in een digitaal bestand ( met de extensie *.ldt).
De kleurweergave wordt uitgedrukt in een index voor de kleuronderscheiding van het licht dat uit een lamp wordt uitgestraald. Dit wordt de kleurtemperatuur genoemd. Dit zegt niets over de kleurweergave van het licht van de lamp zelf. De kleurtemperatuur geeft dus een indicatie van de mate van natuurlijkheid waarmee wij de voorwerpen kunnen waarnemen. Hoe hoger de kleurtemperatuur, hoe bauwer of witter het licht.
Hoe hoger deze waarde hoe beter kleurvergelijk mogelijk is. Bij de huidige hogedruk natrium verlichting is het maken van een kleurvergelijk veel minder goed mogelijk dan bij daglicht of bij gebruik van led verlichting met de CRI waarde van 70. Het is per definitie niet altijd zo dat hoe witter het licht hoe beter de kleurweergave is. Denk daarbij bijvoorbeeld aan TL verlichting kleur 33 die soms toegepast wordt in parkeergarages of goedkope winkelketens. Bij dit TL licht is kleurherkenning maar beperkt mogelijk.
De mate waarin de lichtstroom van armaturen afneemt door veroudering van de lichtbron en vervuiling van zowel de lamp als het armatuur.
