Tunnels en onderdoorgangen

lichtplan

30 Aug
Tunnels en zeker onderdoorgangen moeten, met slecht doorzicht, overdag verlicht worden. Dit omdat voertuigen in het zwarte raam tussen uit en ingang kunnen verdwijnen.

Tunnels en zeker onderdoorgangen moeten overdag verlicht worden. Dit omdat voertuigen in het zwarte raam tussen uit en ingang  kunnen verdwijnen. Overdag is het helder en zeker op een zomerse dag kan het levensgevaarlijk zijn als voertuigbewegingen van buiten de onderdoorgang niet meer worden waargenomen. Op een veilige remstand voor de onderdoorgang worden zogenoemde doorzicht berekeningen gemaakt om na te gaan in welke mate een voertuig verdwijnt in het zwarte raam. De focus ligt op de remafstand omdat de automobilist dan nog de tijd heeft om te beslissen of hij/zij stopt of doorrijdt. Een praktische waarde van 1,5 seconden reactie tijd en 3,55 m/s2 remvertraging zijn daarbij een hulpmiddel om tot een bruikbare afstand te komen. Indien voertuigen aan de ingang van de tunnel of onderdoorgang niet meer zichtbaar zijn dan is het zaak om kunstlicht te plaatsen en zo de situatie weer veilig te krijgen.

De hoeveelheid kunstlicht is afhankelijk hoe helder de omgeving is binnen een cirkel van 20 graden op veilige remafstand is voor de tunnel. Deze 20 graden komt van de hoek waarop ons oog het meeste receptoren heeft en dus de hoek die dominant is voor onze hersenen voor het bepalen van de juiste pupilomvang. Er is overdag rond de 4% helderheid van het kunstlicht benodigd van de totale helderheid binnen de 20 graden om bewegingen in de onderdoorgang goed te kunnen waarnemen. Dit wordt dan ook bepaald en berekend met zogenoemde L20 berekeningen.

Het zou energie verspilling zijn als de gehele tunnel of onderdoorgang op het niveau verlicht wordt van 4% van het daglicht. Eenmaal in de overkapping of onderdoorgang mag het licht worden afgebouwd. Deze afbouw mag niet te snel gaan anders ontstaat er zichtverlies tijdens de rit. Een maatstaf van 8 rijseconden is voldoende om de verlichting tunnel op een goede en verantwoorde wijze af te bouwen. Dit houdt in dat de lengte van de ingangsverlichting afhankelijk is van de rijsnelheid. Tot slot worden onderdoorgangen uitgerust met een lichtregeling om bij bewolkt weer de installatie te dimmen. Deze regeling bestaat uit een L20 camera of camera met een meethoek van 20 graden die voor de tunnelingang op de remafstand staat en de meetwaarde doorgeeft aan de regelinstallatie.

Al met al een heel wetenschappelijk gebeuren om een goede verlichting te ontwerpen. De Kruijter heeft veel tools ontwikkeld om dit proces te vereenvoudigen en zo op zeer efficiënte wijze lichtplannen en motivaties te kunnen maken. 

 

Overige lichtplannen