Woonwijken

lichtplan

30 Aug
Een lichtplan voor een woonwijk lijkt heel eenvoudig maar is het niet. De vele obstakels waar rekening meegeholpen moet worden maakt het complex.

Een lichtplan voor een woonwijk lijkt heel eenvoudig maar is het niet. De vele obstakels waar rekening mee gehouden moet worden maken het complex. Denk bijvoorbeeld aan de 11 opstellingsregels waar aan voldaan moet worden.  Enkele daarvan zijn logisch, zoals geen lichtmasten voor een raam en lichtmasten op scheidingen van parkeerplaatsen plaatsen om schade aan de lichtmast en het voertuig te voorkomen.  Het lijkt echter onmogelijk om aan alle 11 eisen tegelijkertijd te voldoen.

Het plan start met het bepalen van de maximaal mogelijk mastafstand binnen het te berekenen profiel. Het raster moet conform het CEN voorschrift  worden uitgevoerd tussen twee opvolgende lichtmasten en over de gehele breedte van het profiel. Als dit bepaald is kan de puzzel beginnen. Hij start bij de straat op het tangent punt van de splitsing en de masten worden voorlopig over de straat verdeeld tot het einde van de straat. De eerste afstand wordt uitgezet en deze mast mag niet voor een uitrit, niet voor een raam, wel op een scheiding van een parkeervak, minimaal 5 meter van een boom en alleen als het niet anders kan in het verlengde van een gevel worden geplaatst. 

Indien de ene kant van de straat te veel uitdagingen herbergt kan het handig zijn om de opstelling aan de overzijde van de straat te starten.

Het importeren van een hele woonwijk in een lichtberekening, wat met Dialux mogelijk is, is niet de oplossing; hiermee maakt de ontwerper het zich onnodig moeilijk. Ook voldoet deze lichtberekening niet aan de binnen de NSVV afgesproken gedragscode voor het maken van lichtberekeningen. Met name het CEN raster kan niet meer worden gegarandeerd en ook de uitkomsten zijn niet meer te controleren op juistheid. Maar al te vaak zien we aan het begin van de straat de masten om de 10 meter staan en verderop om de 30 meter. Buiten het feit dat dit er niet mooi uitziet is het ook rekenkundig onjuist. De masten die om de 10 meter staan zorgen dat het gemiddelde lichtniveau in de gehele straat omhoog gaat en daardoor over de gehele straat gezien (gemiddeld) voldoet; echter op die plek waar de masten om de 30 meter staan is het lichtniveau voor bewoners veel te laag. 

Een Dialux berekening

Een consistent plan is herkenbaar aan een nagenoeg gelijke mastafstand over de hele straat; ook wel een ritmisch geheel genoemd. Aan alle voorwaarden binnen de ontwerp regels is dan voldaan en daardoor ontstaat minimale hinder voor omwonenden. De Kruijter heeft al meer dan 24 jaar ervaring in het maken van dergelijke lichtplannen en ondersteund regelmatig gerenommeerde organisaties met het maken van lichtberekeningen of lichtplannen.   

Overige lichtplannen