Grenswaarde verblinding op de schop

Nieuws

7/15/2021
Met de komst van de kleinste lichtbron die we ons ooit konden voorstellen, is er veel regelgeving niet meer bruikbaar. Dit is een besef dat langzaam tot stand komt en men in bestekken met zoveel mogelijk eisen probeert de elimineren. Echter, de praktijk is weerbarstig en de mate van hinder, overlast en tegenvallende resultaten nemen exponentieel toe.

Huidige rekenmethodieken en grenswaarde op de schop

Met de komst van de kleinste lichtbron die we ons ooit konden voorstellen, is er veel regelgeving niet meer bruikbaar. Dit is een besef dat langzaam tot stand komt en men in bestekken met zoveel mogelijk eisen probeert de elimineren. Echter, de praktijk is weerbarstig en de mate van hinder, overlast en tegenvallende resultaten nemen exponentieel toe.

 

Waar komen we vandaan

Waarom levert dit nu problemen op? De conventionele lichtbronnen bestonden uit een met glas opgesloten ruimte waar gas tot ontbranding wordt gebracht. De gehele buis geeft licht en dit is eenvoudig te sturen met een uit aluminium gevormde spiegel. In de jaren 50 tot 70 van de vorige eeuw is er veel onderzoek gedaan naar de beleving van dit licht. Dit gebeurde met lichtstraten voorzien van ruimtes met proefpersonen die op een verrijdbare stoel het lichtbeeld en de zichtbaarheid beoordeelden. Veel wetenschappelijk onderzoek stamt uit die tijd waarvan we nog steeds gebruikmaken en naar verwijzen in huidige onderzoeken.

Probleem

De led lichtbron werk anders dan de gasontladingslampen geeft licht door overspringen van elektronen tussen P en N materiaal. Dat vindt plaatst op een heel klein oppervlak. Dit vlak wordt vergroot door een lens boven op de led. Over deze lens heen komt de daadwerkelijke lens die men ziet als er door een glasplaat wordt gekeken. Het licht komt niet uit een ballon - zoals bij een gasontladingslamp - maar uit een minuscuul vlakje. Hieruit ontstaat een probleem. Het betreft de helderheid in relatie tot de oppervlakte. Om een goede lichtverdeling te maken, is het noodzakelijk om de lens zo te produceren dat deze in een bepaalde richting meer vergroot dan in de minder relevante richting. Het licht is dan ook perfect te sturen en de bundels kunnen zo scherp gemaakt worden als gewenst. De helderheid die door De Kruijter gemeten wordt, ligt ver buiten het bereik van de luminantie van de meeste meetapparatuur. De waarden liggen tussen de 2.000.000 en 20.000.000 cd/m2. Op een hoogte van 4 meter is dat merkbaar door de tinteling aan de ogen bij inkijken.

Het is beter om de leds af te dekken met een interne diffusor of een gematteerde lichtkap en zo de helderheid te verdelen. Echter, bij toepassen hiervan, voldoet het armatuur niet meer aan de geëiste G-klasse (verbindingsklasse). Dit is vreemd en heeft te maken het feit dat een diffuse lichtkap het licht verstrooit waardoor er (al is het minimaal) ook licht naar boven wordt gestraald.

Het is tijd voor herziening van rekenmethoden voor verblinding en lichthinder die wel werkt.