
De toepassing van groeiverlichting — met name LED-systemen met een karakteristiek roze spectrum — neemt snel toe binnen zowel de glastuinbouw als sportaccommodaties. Waar deze verlichting functioneel noodzakelijk is voor gewas- en grasgroei, leidt de hogere intensiteit en langere gebruiksduur steeds vaker tot waarneembare lichtemissie buiten het object. Voor professionals in verlichting, handhaving en ontwerp ontstaat daarmee een groeiende behoefte aan objectieve, reproduceerbare meetmethoden.
Hoewel er geen specifieke landelijke regelgeving bestaat voor groeiverlichting in stadions, valt de toepassing onder het algemene kader van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Binnen dit kader zijn rijksregels opgenomen die gericht zijn op het beperken van kunstlichtemissie en het beschermen van het donkere landschap.
Voor de glastuinbouw is de emissie-eis explicieter uitgewerkt, waarbij een maximale lichtemissie van 5% als referentie wordt gehanteerd. Gemeenten kunnen deze systematiek via het omgevingsplan ook toepassen op andere objecten, waaronder sportvelden en stadions.
Daarnaast fungeert de NSVV Richtlijn Lichthinder 2020 als technisch beoordelingskader. Deze richtlijn definieert grenswaarden voor onder andere verticale verlichtingssterkte op gevels, luminantie en verblinding, gedifferentieerd naar omgevingszone en tijdsperiode. In situaties nabij natuurgebieden kan tevens de Wet natuurbescherming relevant zijn, waarbij effecten op fauna en habitat moeten worden onderbouwd.
Voor het kwantificeren van lichtuitstoot is het Meetprotocol Lichtemissie Glastuinbouw, ontwikkeld door Wageningen University & Research (WUR) en CLM, een belangrijke referentie. Het protocol beschrijft een gestandaardiseerde werkwijze voor het bepalen van het emissiepercentage van groeiverlichting.
De kern van het protocol bestaat uit:
Deze systematische aanpak ondersteunt zowel ontwerpverificatie als toezicht en handhaving.
In de praktijk blijkt lichtemissie ruimtelijk heterogeen. Bij groeiverlichting in stadions speelt bijvoorbeeld:
Traditionele puntmetingen op maaiveldniveau geven daardoor slechts een beperkte representatie van de werkelijke emissie. Met name de opwaartse component en ruimtelijke spreiding blijven onderbelicht.
Om deze beperking te ondervangen heeft De Kruijter een meetmethodiek ontwikkeld waarbij drone-technologie wordt ingezet voor het in kaart brengen van lichtemissie.
Door sensoren in een gecontroleerde vlucht rondom en boven het object te positioneren ontstaat een driedimensionaal meetbeeld. Deze aanpak maakt het mogelijk om:
De drone fungeert hierbij als mobiel meetplatform dat op vooraf gedefinieerde rasterpunten of trajecten meetdata verzamelt. De resultaten kunnen vervolgens worden vertaald naar emissiepercentages conform de systematiek uit het WUR-protocol en gekoppeld aan beoordelingskaders zoals Bal-eisen en NSVV-richtlijnen.
Voor professionals biedt deze aanpak meerdere voordelen:
Daarmee verschuift de rol van metingen van enkel compliance-controle naar een instrument voor ontwerp, beheer en beleidsvorming.
De groei van LED-gebaseerde groeiverlichting, langere brandtijden en maatschappelijke aandacht voor lichtvervuiling maken objectieve emissiemetingen steeds belangrijker. Zeker in complexe situaties zoals stadions — waar regelgeving minder expliciet is dan in de glastuinbouw — ontstaat behoefte aan methoden die technisch robuust én praktisch uitvoerbaar zijn.
Drone-gebaseerde metingen vormen hierin een logische volgende stap: ze sluiten aan bij bestaande protocollen, maar bieden het ruimtelijke detail dat nodig is om moderne groeiverlichtingsinstallaties goed te beoordelen.